Een kandidaat heeft een eigen website, meerdere klanten en een stevig uurtarief. Voor een bureau zijn dat begrijpelijke gespreksonderwerpen. Maar mag de conclusie dan luiden dat deze persoon zonder verdere beoordeling bij iedere opdrachtgever als zzp’er kan starten? Nee: ondernemerskenmerken moeten worden betrokken bij de beoordeling van de concrete arbeidsrelatie.
Een hoog uurtarief is geen vrijstelling
De Rijksoverheid geeft expliciet aan dat ook bij een hoog uurtarief sprake kan zijn van schijnzelfstandigheid. De beloning is één van de omstandigheden; het totaalbeeld blijft bepalend. Een intern minimumtarief kan een commerciële keuze zijn, maar is geen algemene wettelijke grens waarboven iedere samenwerking als zelfstandige is toegestaan. [1] [2]
Vraag daarom naast het bedrag hoe de vergoeding is afgesproken. Wie heeft onderhandeld, waarop ziet de betaling en welke risico’s hangen ermee samen? Noteer die feiten zonder uit één antwoord een beslissende uitkomst af te leiden.
Meerdere opdrachtgevers: relevant, geen automatische zekerheid
Het aantal opdrachtgevers kan iets zeggen over ondernemerschap. De Rijksoverheid benadrukt tegelijk dat meerdere opdrachtgevers op zichzelf niet doorslaggevend zijn. Ook in dat geval moet worden gekeken naar de afzonderlijke arbeidsrelatie en de samenhang van de omstandigheden. [1]
Een bureau moet daarom niet werken met een ononderbouwde regel als ‘drie klanten betekent automatisch goedgekeurd’. Het werk dat iemand bij de andere klanten doet, zegt niet alles over de mate van aansturing bij deze klant. Andersom is één langdurige opdracht een reden om verder te kijken, geen op zichzelf volledige kwalificatie.
Wat heeft de Uber-uitspraak verduidelijkt?
De Belastingdienst verwerkt de uitspraak van de Hoge Raad van 21 februari 2025 in zijn toelichting. Ondernemerskenmerken buiten de onderzochte relatie tellen mee; tussen de gezichtspunten bestaat geen vaste rangorde. Daardoor kan vergelijkbaar werk bij dezelfde opdrachtgever voor verschillende personen tot een andere kwalificatie leiden. [2]
Dat is geen uitnodiging om de opdracht buiten beschouwing te laten. Het betekent juist dat je voldoende informatie nodig hebt over zowel de werkende als de samenwerking. Een dossier dat alleen de functietitel en het standaardcontract bevat, geeft geen volledig beeld van die combinatie.
Ondernemer voor de inkomstenbelasting is een andere vraag
De beoordeling van ondernemerschap voor de inkomstenbelasting en de vraag of een specifieke opdracht in loondienst wordt uitgevoerd zijn niet gelijk. De Belastingdienst en Rijksoverheid maken dit onderscheid uitdrukkelijk. Een Ondernemerscheck is daarom geen vervanging van de beoordeling van de arbeidsrelatie bij de opdrachtgever. [3] [1]
Een adviseur werft zelfstandig klanten en verricht voor verschillende organisaties losse analyses. Daarnaast accepteert dezelfde persoon een langdurige rol binnen een team. Bij die rol bepaalt een manager de taken en inzet. De overige onderneming maakt een afzonderlijke beoordeling van die teamrol niet overbodig.
Wat leg je praktisch vast?
Vraag naar relevante ondernemersactiviteiten, zoals de manier waarop opdrachten worden verworven, de onderhandelingsruimte en reële commerciële risico’s. Beschrijf vervolgens de uitvoering van de specifieke opdracht. Zet de twee soorten informatie naast elkaar en motiveer hoe zij samen meewegen.
Gebruik geen lijst waarin ondernemerskenmerken simpelweg tegen aansturingssignalen worden weggestreept. Als een feit onbekend is, blijft het onbekend totdat het is onderzocht. Een gunstige aanname is geen bewijs en een groot aantal documenten is nog geen heldere afweging.
En het nieuwe rechtsvermoeden op basis van uurtarief?
Er is een afzonderlijke wet vastgesteld met een civielrechtelijk rechtsvermoeden bij een laag uurtarief. Deze treedt op 31 december 2026 in werking en geldt op de controledatum van dit artikel nog niet. Een tarief boven de toepasselijke grens zal ook onder die regeling geen garantie geven dat geen arbeidsovereenkomst bestaat. [4] [5] [6]
Houd die toekomstige regeling dus gescheiden van de huidige volledige DBA-beoordeling. Maak van een gepubliceerd bedrag geen commerciële belofte van fiscale veiligheid.
Over dit artikel — Algemene uitleg voor detacheringsbureaus. Een concrete arbeidsrelatie vraagt een eigen beoordeling.
Opgesteld met AI en vergeleken met de vermelde officiële bronnen. Geen individuele juridische beoordeling door een jurist. Lees hoe deze kennisbank is gemaakt.
Bronnen en controle
Officiële bronnen geraadpleegd op 11 oktober 2026. De verwijzingen ondersteunen de juridische uitleg; praktische werkwijzen en fictieve voorbeelden zijn onze eigen uitwerking.
- Rijksoverheid — Veelgestelde vragen over schijnzelfstandigheidIntermediairs, tarief, meerdere opdrachtgevers, rechtsvorm, keuzevrijheid.
- Belastingdienst — Toelichting Beoordeling arbeidsrelaties, april 2026Beslis- en afwegingskader, negen gezichtspunten, uitleg Deliveroo en Uber; p. 2–8.
- Belastingdienst — Wanneer is sprake van loondienst?Kenmerken loondienst, fictieve dienstbetrekkingen, afzonderlijke fiscale toetsen.
- Staatsblad 2026, 158 — Wet rechtsvermoeden op basis van uurtariefWet 18 juni 2026; nieuw artikel 7:610aa BW; eerste grens via ministeriële regeling.
- Staatsblad 2026, 207 — InwerkingtredingsbesluitBesluit 13 juli 2026: inwerkingtreding op 31 december 2026.
- Eerste Kamer, 36 783 D — Nota naar aanleiding van het verslag, 5 juni 2026Civiele werking rechtsvermoeden; geen fiscale tariefvrijstelling; geen nieuwe algemene dossierplicht.